Wat kost een kaartbetaling
nu echt?
Wanneer een klant € 50 met de kaart betaalt, ontvangt u geen € 50. Tussen de terminal, de bank van de klant, de kaartschema's en uw betaaloplossing houden verschillende spelers onderweg hun deel in. Deze gids legt uit waar dat geld naartoe gaat — en hoe u offertes vergelijkt die hun prijzen nooit op dezelfde manier voorstellen.
De drie lagen van elke transactiekost
Bijna alle kosten om kaartbetalingen te innen bestaan uit drie lagen, hoe uw aanbieder ze ook voorstelt:
- De interchange — het deel dat naar de bank van de klant gaat. De Europese regelgeving plafonneert dit voor particuliere kaarten: 0,2 % voor een debetkaart, 0,3 % voor een kredietkaart uitgegeven in de EU. Dit is de grootste en tegelijk minst bekende laag.
- De netwerkkosten — het deel voor de kaartschema's, enkele honderdsten van een procent per verrichting.
- De marge van de aanbieder — wat uw betaaloplossing werkelijk verdient. Dit is de enige laag waarover u kunt onderhandelen, en de enige die echt verschilt van offerte tot offerte.
Een “all-in eenheidstarief” telt die drie lagen op tot één cijfer. Dat leest makkelijk, maar het betekent ook dat u hetzelfde tarief betaalt voor een Belgische debetkaart (interchange 0,2 %) als voor een veel duurdere buitenlandse kredietkaart — en dat het verschil naar de marge van de aanbieder vloeit. Wilt u het alternatief begrijpen, lees dan onze gids over Interchange++.
Vast bedrag en percentage: waarom uw gemiddelde bonnetje alles verandert
De meeste tarievenlijsten combineren een vast bedrag per verrichting (enkele centen) en een percentage van het bedrag. Hoe kleiner uw bonnetje, hoe zwaarder dat vaste bedrag doorweegt:
- Op een koffie van € 3 is een vast bedrag van € 0,25 al goed voor 8,3 % van het bedrag — nog vóór het percentage erbij komt;
- Op een bonnetje van € 80 is datzelfde vaste bedrag nog maar 0,3 %.
Praktische conclusie: vergelijk offertes altijd op uw echte gemiddelde bonnetje, niet op het geafficheerde tarief. Een tarievenlijst met een laag vast bedrag en een iets hoger percentage kan veel voordeliger uitvallen voor een koffiebar — en net omgekeerd voor een juwelier.
De kosten die niet in het tarief zitten
Het tarief per transactie is maar een deel van de factuur. Controleer vóór u tekent:
- Het maandelijkse abonnement — en wat het werkelijk omvat;
- Het materiaal — terminal gekocht of gehuurd? Een huur van € 20 per maand kost € 720 over drie jaar, veel meer dan een aankoop;
- De uitbetalingskosten — sommige aanbieders rekenen elke overschrijving naar uw rekening aan;
- De verborgen kosten in het contract — kosten voor inactiviteit, opzegging of terugboekingen, een maandelijks minimum aan commissies;
- De uitbetalingstermijn — geen directe kost, maar 5 dagen geblokkeerde cashflow heeft een reële prijs voor een zaak.
De vijf vragen die u stelt vóór u tekent
- Wat is de totale maandelijkse kost op mijn volume en mijn gemiddelde bonnetje, alles inbegrepen?
- Geldt hetzelfde tarief voor alle kaarten? Zo niet, wat is de typische verdeling debetkaart/kredietkaart/buitenlandse kaart in mijn zaak?
- Wordt het materiaal gekocht of gehuurd, en wat gebeurt er als ik opzeg?
- Wanneer staat het geld op mijn bankrekening?
- Is er een verbintenis van bepaalde duur, en wat kost het om eruit te stappen?
Bij Nextepay berekent u het antwoord op de eerste vraag gewoon online: onze tarievenlijst staat gepubliceerd, met een calculator die uw cijfers omzet in een reële maandelijkse kost. U hebt geen verkoopgesprek nodig om de prijs te kennen.
Maak de berekening met uw cijfers
Maandelijks volume, gemiddeld bonnetje: twee schuifknoppen en u kent uw reële kost.